Uit de naam ‘lovebirds’, waarmee agaporniden in het Engels worden aangeduid, wordt direct duidelijk dat deze vogels graag samen zijn en het beste als koppeltje gehouden kunnen worden. Net als de agapornis geldt dat de meeste papegaaiachtigen sociale vogels zijn. Toch worden vogels nog vaak alleen gehouden zonder soortgenoten. Deels vanwege praktische redenen, zoals financiën of ruimtegebrek om meer vogels te houden, deels vanwege andere redenen, zoals angst dat de band met de vogel verandert, dat er een nestje zal volgen, of dat de vogels niet goed samengaan. In dat geval is veelal de gedachte dat wij de rol van een vogelmaatje op ons kunnen nemen. In theorie is dat wellicht ten dele waar, maar in de praktijk blijkt het toch anders uit te pakken.
Hoe realistisch is immers dat iemand 24/7 tijd met een papegaai kan doorbrengen? Dat is echter wel wat een papegaai (met uitzondering van de kakapo) van nature gewend is: ze zijn uitsluitend alleen wanneer ze eieren uitbroeden, maar de rest van de tijd brengen ze door in samenzijn met hun partner, ouders, jongen, nestgenoten of de rest van de zwerm. Als gevolg daarvan kan de afwezigheid van de eigenaar (of het momenten dat deze vertrekt) leiden tot stress, wat op zijn beurt aanleiding kan geven tot probleemgedrag zoals schreeuwen of verenplukken.
Afwezigheid van een maatje blijkt echter ook gevolgen te hebben die verder gaan dan het optreden van probleemgedrag. In 2014 werd een onderzoek gedaan naar veranderingen in telomeerlengte bij grijze roodstaartpapegaaien. Telomeren zijn de beschermende uiteinden van chromosomen die het DNA beschermen tegen beschadiging tijdens celdeling, vergelijkbaar met de plastic uiteinden van schoenveters die de veter beschermen tegen rafelen. Deze worden steeds iets korter bij elke keer dat de cel zich deelt, totdat ze zodanig kort zijn dat celdeling niet meer mogelijk is en de cel afsterft. Dit proces speelt een belangrijke rol in veroudering en optreden van ouderdomsziekten, en kan beïnvloed worden door stress en ongezonde leefgewoonten zoals slechte voeding, roken, drinken, etc. Je kunt daarmee stellen dat de telomeerlengte informatie geeft over de biologische leeftijd van een individu. In het onderzoek bij de grijze roodstaart papegaaien werd vastgesteld dat de telomeerlengte bij de vogels significant korter was bij de vogels die alleen gehuisvest waren ten opzichte van vogels van vergelijkbare leeftijd die als koppel gehouden werden. Deze bevinding bevestigd daarmee dat het alleen houden van vogels een nadelige invloed heeft op hun gezondheid.
Dit betekent dat het belangrijk is voor vogels om met soortgenoten samen gehouden te worden. Het verwezenlijken van zo’n situatie kan soms wel uitdagingen met zich meebrengen: sociaal gedrag is immers niet volledig aangeboren maar moet ten dele worden aangeleerd en vergt op zijn minst een leerproces zodat het gedrag wordt aangepast en verbeterd. Dit leerproces begint al vroeg in het leven, wanneer het kuiken zich nog in het nest bevindt en door de ouders verzorgd wordt en sprake is van interactie met ouders en eventuele nestgenoten. In het wild is bij veel papegaaien daarnaast sprake van een crèche systeem, waarbij jonge vogels na het uitvliegen gezamenlijk optrekken en belangrijke levenslessen leren ten aanzien van de omgang met soortgenoten, zoeken en vinden van voedsel en vroegtijdig herkennen en vluchten voor gevaar.
Voorgenoemde vaardigheden, die belangrijk zijn voor een normale sociale omgang met andere vogels, worden bij handopfok meestal niet of gebrekkig aangeleerd. In deze situatie neemt de mens immers de plaats in van de ouders tijdens de opvoeding, waardoor het kuiken ingeprent raakt op mensen en deze als zijn soortgenoten gaan zien. Gedragsmatige gevolgen zijn vaak merkbaar wanneer de vogel seksueel volwassen wordt, waarbij partnergedrag naar de mens getoond wordt, met daarnaast partner-gerelateerde agressie richting andere mensen, of verenplukken dat bijvoorbeeld kan optreden uit frustratie vanwege het onvermogen om te kunnen paren of vanwege stress doordat de partner (tijdelijk) afwezig is. Daarnaast zijn handopfok vogels niet altijd goed gesocialiseerd met andere vogels waardoor ze totale desinteresse tot zelfs angst of agressie vertonen als ze bij andere vogels geplaatst worden. Het kan in deze gevallen extra uitdagend zijn om een goede match te vinden met een andere vogel. Om die reden geldt dus ook hier: bezint eer ge begint, kies voor een papegaai die gesocialiseerd is met soortgenoten en draag zorg voor een omgeving waarin interactie met soortgenoten/andere vogels mogelijk is om een papegaai een goed en voorspoedig leven te bieden!

Sinds 2015, hebben wij meer dan 1000 vogels geholpen met Hope for Wings. Dit door nood reddingen maar ook door nieuwe forever homes voor ze te vinden vanuit de thuissituatie.