Kortwieken of niet? Geen lichtzinnige vraag….

Kortwieken of niet? Geen lichtzinnige vraag….

Eén van de belangrijkste kenmerken waarmee vogels zich onderscheiden van de meeste andere dieren is dat ze vleugels hebben waarmee ze kunnen vliegen. Dit vliegvermogen zetten ze in voor verschillende activiteiten, waaronder het zoeken naar voer, benaderen van soortgenoten en partners, en het ontsnappen aan gevaarlijke situaties zoals opgegeten worden door roofdieren. In de loop van de evolutie hebben vogels een aantal unieke aanpassingen in hun bouw en functie ondergaan die het vliegen mogelijk maken, waaronder veranderingen in de structuur van de spieren en het skelet, longen, maagdarmkanaal en nieren. Wanneer een vogel beperkt wordt in zijn mogelijkheden om te vliegen, zoals het geval is wanneer we de vogel in een kleine ruimte houden of kortwieken, kan dat verstrekkende gevolgen hebben voor zowel de gezondheid als het mentale welbevinden van de vogel!

Vliegen is een zeer inspannende bezigheid; geen enkele andere fysieke activiteit komt in de buurt als het gaat om de hoeveelheid energie die het kost. Vogels die niet vliegen hebben een lager energieverbruik en daarmee ook lagere energiebehoefte ten opzichte van vogels die wel vliegen. Daardoor lopen ze een groter risico op het ontwikkelen van overgewicht en vetzucht. Voor een deel kan dit risico ondervangen worden door aanpassen van het rantsoen, nauwlettend monitoren van het lichaamsgewicht en stimuleren van andere lichaamsbeweging (bv. klimmen, klauteren of flapperen met de vleugels). Echter, dit is zelden afdoende om te compenseren voor het gebrek aan vliegactiviteit. Er zijn aanwijzingen dat onvoldoende lichaamsbeweging bij vogels een belangrijke risicofactor vormt voor ontwikkeling van hart- en vaatziekten, vergelijkbaar met mensen. Daarnaast zijn ook de krachten die worden uitgeoefend op de spieren en skelet tijdens vliegen volledig anders dan bij andere lichaamsactiviteiten. Dat kan op zijn beurt de botkwaliteit en -sterkte nadelig beïnvloeden. Inperken van vliegmogelijkheden en continue belasting van de poten kunnen bovendien een rol spelen bij het optreden van zoolzweren, zoals bij roofvogels is vastgesteld. Tot slot kan een verkeerd uitgevoerde of te uitgebreide kortwiekbeurt leiden tot huidirritatie en verenplukken, en tot een verhoogd risico op botbreuken of verwondingen (aan snavel, vleugels, poten, borst- en/of stuitbeen) als gevolg van een verkeerde landing of val.

Beperking van het vliegvermogen kan ook gedragsmatig grote gevolgen hebben, zeker wanneer het besluit tot kortwieken al genomen wordt bij een jonge vogel. Het proces om te leren vliegen. navigeren en landen is vergelijkbaar met het proces dat kleine kinderen doormaken met betrekking tot het leren lopen en balanceren op twee benen. Wanneer de vogel belemmerd wordt in deze ontwikkeling en vroegtijdig gekortwiekt wordt kan dat leiden tot een groter risico op ongelukken en trauma, en daarmee ook het zelfvertrouwen en welbevinden van de vogel aantasten. Bovendien wordt door het kortwieken de belangrijkste route om te ontsnappen aan gevaar weggenomen: de vogel kan immers niet meer wegvliegen als hij zich onveilig voelt. Deze situaties kunnen op hun beurt leiden tot acute en/of chronische angst en/of verenplukken.

Bovenstaande consequenties zijn belangrijk om mee te nemen in het beslisproces rondom het wel of niet kortwieken. Daarbij dienen de nadelen afgewogen te worden tegen de potentiële voordelen van kortwieken. Kortwieken wordt in de meeste gevallen uitgevoerd om te voorkomen dat de vogel voldoende opwaartse kracht maakt om te kunnen ontsnappen en wegvliegen (hoewel dit bij een stevige windvlaag nog altijd mogelijk is!). Daarnaast kan de ingreep bijdragen aan het voorkomen van ongelukken die bijvoorbeeld optreden als gevolg van het opvliegen tegen een raam of spiegel, belanden in een pan met hete olie, of klem komen zitten tussen een dichtslaande deur. Kortwieken kan bovendien een hulpmiddel zijn om gedragsveranderingen te bewerkstelligen bij agressieve vogels doordat afhankelijkheid van de eigenaar ontstaat waardoor de vogel gemakkelijker opstapt en menselijk contact accepteert.

Soms zijn er ook alternatieve oplossingen te bedenken die helpen om de beoogde doelstellingen van het kortwieken te behalen. Denk aan het vogelveilig maken van de ruimte waarin de vogels vliegen, het leren terugvliegen op commando (zoals ook bij “free flight” gebeurt) of het dragen van een harnas om wegvliegen te voorkomen. Of en welke alternatieven bruikbaar zijn verschilt per situatie, en hangt af van factoren zoals het type activiteiten dat plaatsvindt in de leefruimte, de aanwezige gevaren, mogelijkheden tot supervisie, en kennis en kunde van de eigenaar met betrekking tot training. Ook het karakter, temperament, gedrag, activiteitsniveau en bouw van de vogel in kwestie spelen mee. Dit betekent dat de uiteindelijke beslissing om wel of niet te kortwieken verschillend kan uitpakken voor elk individu. Echter, daar eindigt het besluitvormingsproces niet! Mocht kortwieken, gegeven de situatie, de beste oplossing lijken dan is zorgvuldige afweging van het moment, de uitgebreidheid en de wijze waarop gekortwiekte wordt nét zo belangrijk als de keuze om wel of niet te kortwieken. Een vogelarts die kan helpen bij het maken van deze keuzes, waarin veiligheid, fysieke én mentale gezondheid van de vogel centraal horen te staan.

Bron: Dr.Yvonne van Zeeland, Vogelspecialist Faculteit Utrecht

Reactie verzenden

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *